De Amsterdamse oeverlanden

De planten in de Amsterdamse oeverlanden

Inleiding

In 2002 is door Nel Ypenburg een inventarisatie van het gebied uitgevoerd.  Er zijn 2 lijsten beschikbaar met alle planten die ooit zijn waargenomen in de Oeverlanden. Deze kunnen hier worden  gedownload:

D.m.v onderstaande  zoekbox, kan van een plant de  verspreiding in de Oeverlanden worden opgezocht. Van sommige planten is ook een foto uit het gebied beschikbaar. Voor gedetailleerde foto's van planten is de website van de universiteit van Leuven een aanrader.

Verslag van Nel Ypenburg

De soortenrijkdom in dit gebied is groot tgv de diverse biotopen, er kunnen 9 gebieden onderscheiden worden. Inventarisatie gaat landelijk (Floron) per km2 van de stafkaart, voor Amsterdam loopt het aantal soorten per km hok uiteen van 27 tot 444: 100 is erg arm, 200 is zeer redelijk, 300 is uitgesproken rijk en 400 is uitzonderlijk.  Het aantal rodelijstsoorten (bedreigd) loopt in Amsterdam van 0 tot 16 per kmhok, totaal 14 soorten is dus erg rijk. Hoewel het gebied in 5 verschillende Floronhokken valt, schat ik het totale oppervlak toch niet meer dan 1 vierkante km.

Bij het Jaagpad en het Jaagpadbos zijn opvallend:de aardaker, een mooi rode, welriekende lathyrus, de vele maartse viooltjes in het voorjaar, het veenreukgras, een lekker ruikend gras, mooi genoeg voor droogboeketten, maar wel laten staan, groot springzaad, zeldzaam in Amsterdam, evenals de zachte haver en de tengere zandmuur, die op diverse plekken in het gebied voorkomt ;en een open plek westelijk in het bos met mooie kleine soortjes, zoals duizendguldenkruid.

Het Oostelijk recreatiegebied bevat o.a. poelruit, net als het Jaagpad, en ijzerhard, net als de Oeverzone, en een toorts, daarvan zijn diverse door het hele gebied verspreid. De niet wilde planten zijn vermoedelijk verwilderd uit Ons Buiten, net als in het volgende gebied.
Het leukste stuk van het Oostelijk moerasbos zijn de schrale plekken in het noorden, met oa hazepootjes, ruw vergeetmenietje, met speldeknopgrote felblauwe bloempjes, lathyruswikke, lichtpaars. Ook de ruige anjer, zeldzaam in Amsterdam.
Op de grens met het Westelijk moerasbos komt de veldhondstong voor, eveneens zeldzaam in Amsterdam.
In het Westelijk moerasbos was verder de hangende zegge opmerkelijk, vermoedelijk verwilderd, want dit is geen Amsterdamse soort, hij stond op de open plek binnen het rietland, waar meer leuke planten stonden, oa de dotter.

De kleivlakte is een mooi open gebied tussen de bosgebieden, met o.a. de welriekende agrimonie, die zich duidelijk uitbreidt vanuit zijn oorspronkelijke plek aan de oeverzone, de Noordelijke Oeverlanden zijn de enige plek in Amsterdam waar hij voorkomt; er zijn ook nog wat rietorchissen, evenals elders in het terrein, maar deze lijken achteruit te gaan, maar van rietorchissen zijn de van jaar tot jaar wisselende aantallen bekend. De breedbladige wespenorchis doet het in diverse gebieden nog goed.

In het Broekbos met de rietvlakte vallen de vele meer dan 3 meter hoge moerasmelkdistels op, die ook elders in het terrein opvallend aanwezig zijn. Het is het enige onderdeel met uitsluitend wilde soorten.
Bij de grondoverstort heeft de grote hoeveelheid wollige munt, die alleen hier voorkomt, zich vermoedelijk uitgebreid na meegestort te zijn.
Sommige soorten zijn vermoedelijk via de toegang aan de Oude Haagse weg binnen gekomen. Opmerkelijk is het schrale terreintje op de grens met het Westelijk recreatiegebied, waar 3 a 4 soorten langbaardgras gevonden werden, oa het nog niet in Amsterdam bekende zandlangbaardgras.
De Oeverlanden hebben de meeste rode lijst soorten en de meeste planten, die alleen in dit stuk voorkomen, het is dus het interessantste deel, waarbij niets lelijks over de andere delen gezegd is. De niet wilde soorten staan vooral rond het centrum De Waterkant, en zijn wel instructief voor floristiek Opvallend zijn hier de welriekende agrimonie, het Duitse viltkruid (was bekend in 5 km hokken in Amsterdam) het oranje springzaad, vorig jaar de eerste vondst in Amsterdam!

Het westelijk recreatiegebied bestrijkt een relatief groot en divers oppervlak. Hier zijn de meeste vermoedelijk ingezaaide soorten, maar misschien zijn hier wel blijvertjes onder, maar vooral het oostelijk deel lijkt nu soms meer op een heemtuin. Toch is hier zowel het totale als het wilde aantal soorten het grootst.
De volgende soorten uit de Noordelijke Oeverlanden komen in hoogstens 10 km hokken in Amsterdam voor: zachte haver, oranje springzaad, groot springzaad, boslathyrus, duinviooltje, eekhoorngras, welriekende agrimonie, tengere zandmuur, veldhondstong, duits viltkruid, duinlangbaardgras en zandlangbaardgras.

Kortom: een interessant gebied en het beschermen waard.

De kleivlakte

Naar boven       Suggesties? Opmerkingen? Laat het ons weten